Toelichting op het werk
In mijn schilderijen tracht ik de kijker als een spons naar binnen te zuigen, zoals een landschap
uit de Haagse school kan doen. De gelaagdheid en serialiteit in mijn werk suggereren een oneindigheid.
Vroeger vond ik deze gelaagdheid en herhaling in de architektonische omgeving.
Bouwwerken, met name hoogbouw, waren uitgangspunt voor geabstraheerde, geconcentreerde en
gelaagde werken. Laag over laag verf op hout, afkrabben en nieuwe patronen opschilderen of inkerven waren middelen waarmee ik schilderijen 'opbouwde'.
De laatste jaren onderzoek ik de schilderkunst zelf, op een meer fundamentele wijze.
Het leidt tot een concreet-abstract schilderij. Het is het resultaat van
mijn schilderachtig gebruik van
waterige verf in combinatie met de zuigende werking van ongeprepareerd doek. Langs de afgeplakte lijn waaiert de drijfnatte acrylverf in een onregelmatige kartelrand.
De lyriek is slechts
schijn. Het doel van mijn werkwijze heeft
meer te maken met de transparantie van de sterk verdunde verf en de vele mogelijkheden
om het werk op te bouwen in lagen van steeds over elkaar
verschuivende kleurbanen.
Soms behandel ik voor en achterzijde om de doorzichtigheid van het dunne katoen te benadrukken.
Wat gebleven is is de gelaagde serialiteit. De diepte is peillozer dan ooit. |
|
 |
Elicidation on the paintings
In my paintings I try to suck the vieuwer inside like a spunch alike a landscape from the school
of The Hague.
The stratification and seriality in my work suggest infinity. Previously I found this stratification and repetition in an architectonic environment. Buildings, especially high buildings, used to be my starting point for abstracted, concentrated and stratified paintings. Layer on layer paint on wood, scrape it off and paint up new paterns, or indent were means I handled to build up my paintings. For several years now I inquire into the art of painting itself, in a more fundamental way. It lead up to a concrete-abstract painting. It is the result of my painterly use of waterly paint in combination with the sucking effect of unprepared cotton. Along the tape-line spread the soaking wet acrylpaint out in an irregular milled edge. The lyrics is just pretence. The purpose of my method has got more to do with the transparency of the thinnened paint and the many possibilities to build up the paintings in layers of colour. Sometimes I prepare the front and the back to accentuate the transparency of the thin cotton. What stays is the layered seriality. The depth is deeper than ever. |
|